Deel/Bewaar

schema verbrandingsoven

  1. stortbunker
  2. roosteroven
  3. asbehandeling
  4. stoomketels
  5. turbine
  6. halfnatte waskolom
  7. mouwenfilter
  8. natte waskolom
  9. deNOx
  10. schouw

 

1. stortbunker

De ophaalwagens storten het brandbaar huisvuil in de stortbunker. Dagelijks rijden zo'n 50 vrachtwagens af en aan. Een ophaalwagen heeft een capaciteit van ongeveer 10 ton. In de stortbunkers kan een voorraad voor ongeveer één week worden opgeslagen. 's Avonds gaat de poort dicht om geurhinder voor de omgeving te vermijden.

De kraanman mengt het materiaal zorgvuldig om een homogene brandstof te bekomen. Dat is uiterst belangrijk voor een optimaal verbrandingsproces. Hij deponeert per uur ongeveer 6 ton afval in elk van de 2 vultrechters.

 

controlekamer

De controlekamer is het zenuwcentrum van de installatie. Het proces wordt dag en nacht nauwkeurig gevolgd op computerschermen. De operator kan ingrijpen en het proces bijsturen. Alle meetresultaten en milieugegevens worden bewaard en ter beschikking gehouden voor mogelijke controles door de milieu-inspectie.

 

2. roosteroven

Het afval glijdt naar het roosterbed waar het ontbrandt (1000° C). Er komt geen andere brandstof aan te pas. Onder de roosters wordt voorverwarmde lucht geblazen om de verbranding te bevorderen. De roosterelementen zijn voortdurend in beweging.

In de naverbrandingskamer dienen de rookgassen minimaal 2 seconden een temperatuur van 850 °C te halen om dioxines in dit stadium te vernietigen. Dit is een wettelijke verplichting.

 

3. asbehandeling

Een waterslot zorgt voor de afkoeling van de verbrande as. Die komt via een triltafel op de transportband terecht. Een elektromagneet verwijdert het ferrometaal.
Na de verbranding van 100 kg afval blijven volgende resten over: 15,2 kg bodemas, 2,8 kg schroot, 2 kg andere metalen, 4,5 kg rookgasresidu en vliegas. De bodemas wordt, na controle, gebruikt voor wegenwerken, dijkversterking of het afdekken van storten. Het schroot gaat naar de staalindustrie. Rookgasresidu, vliegas en zouten worden - na bewerking - gestort op een klasse 1-stort.

 

4. stoom voor elektriciteit en warmte

In de stoomketels bevindt zich een buizenstelsel met gedemineraliseerd water. De rookgassen (1000 °C) dragen hun warmte over aan het water tot dit een temperatuur van 320 °C bereikt. Zo wordt stoom onder hoge druk (37 bar) opgewekt. De ketelas wordt afgevoerd naar silo's. 

De hogedrukstoom drijft een turbine (5) aan. Een alternator wekt stroom op. Dit levert elektriciteit voor eigen gebruik in de gebouwen en installaties van IVAGO (2,3 MW/uur). De meerproductie gaat naar het elektriciteitsnetwerk. Per uur produceert IVAGO genoeg elektriciteit om de consumptie van 1 gezin een jaar te dekken.

Verder dient de stoom voor eigen gebruik bij IVAGO: verwarming gebouwen, opwarming rookgassen in de deNOxinstallatie en voorwerwarming van de lucht onder de verbrandingsroosters.

Zowat de helft van de stoom wordt sinds begin 2007 via een ondergrondse leiding (lengte 1500 m) richting UZ Gent gestuurd. Daar wordt de stoom van 200 °C omgezet in stoom van 160 °C en heet water van 130 °C. Daarna keert de afgekoelde stoom als condensaatwater door een aparte leiding terug naar IVAGO.

De behoefte van het UZ Gent schommelt volgens de seizoenen. Op koude dagen kan IVAGO niet altijd voldoende stoom leveren, en op zomerdagen is er soms een overschot.

Het buizenstelsel in de stoomketels raakt aan de buitenkant vervuild door de vliegassen die zich in de rookgassen bevinden. Die vervuiling veroorzaakt een isolerende laag die ervoor zorgt dat de warmte minder overgedragen wordt. Om de stoomketels schoon te maken moeten we om de vijf weken 'ploffen'. Tijdens het ploffen laten we gasballonnetjes op verschillende plaatsen in de ketels exploderen. 

 

6. h alfnatte waskolom (kalkmelkreactor)

Per uur wordt in elke ovenlijn 900 l kalkmelk geïnjecteerd. De kalkmelk zet de zuren in de rookgassen om in vaste deeltjes (zouten). Die worden opgevangen in bigbags (5-tal per week). Daarna gebruiken we 250 g actiefkool per ton afval om de dioxines en furanen te vangen.

 

7. m ouwenfilter

De vaste deeltjes in de rookgassen worden gevangen op 880 filtermouwen (per ovenlijn). Een persluchtkanon zorgt voor het loskomen van de stofdelen zodat ze in hermetisch afgesloten containers kunnen opgevangen worden. De vliegassen worden - na solidificatie - gestort op een klasse 1-stort.

 

8 . natte waskolom

De rookgassen worden door een 'douche' van gezuiverd Scheldewater met natriumhydroxide (NaOH) gejaagd. Daardoor worden ook zware metalen en het restant aan zuren uit de rook gefilterd. De temperatuur van de rookgassen wordt in de natte waskolom teruggebracht van 170 °C tot 60°C.

 

9. deNOxinstallatie

De rookgassen worden terug opgewarmd tot 230 °C. Een grote katalysator (zoals voor de uitlaat van een auto) breekt stikstofoxides af tot stikstof en water door de injectie van ammoniak. De nog aanwezige dioxines worden chemisch ontbonden.

 

10. schouw

De gezuiverde rookgassen worden in de atmosfeer gestuwd. De schouw is 60 m hoog. De temperatuur bedraagt ongeveer 150 °C.

Login

registreer je voor:

  • je ophaalkalender
  • beurten recyclagepark
  • saldo ophaalbeurten

Inschrijven op: